6. Autisme (ASS)

Wat is autisme?
Autisme is een ingewikkelde stoornis. Autisme komt bij iedereen met autisme anders tot uiting maar heeft invloed op alle aspecten van de ontwikkeling. Om deze reden wordt vaak gesproken van autisme-spectrumstoornis (ASS). Naast klassiek autisme worden ook Asperger en PDD-NOS (Pervasieve Development Disorder-Not Otherwise Specified) tot ASS gerekend. (Ook MCDD hoort binnen dit spectrum thuis al is het geen officiële diagnose)

ASS is een aangeboren stoornis in de hersenen die beperkingen kan opleveren in allerlei gradaties tijdens alle levensfasen en op alle levensterreinen. ASS heeft invloed op het persoonlijk en het maatschappelijk functioneren, maar ook op alle gezinsleden eromheen. Mensen met ASS zijn door hun handicap hun hele leven extra afhankelijk van anderen. We weten niet precies hoeveel mensen er met ASS zijn. Geschat wordt dat 25 à 30 mensen op de 10.000 een aan autisme verwante contactstoornis heeft. Het zou in Nederland dan gaan om ongeveer 35.000 personen. Als we de grenzen die bepalen of er sprake is van ASS ruimer nemen, dan loopt dit aantal op tot ruim 1% van de bevolking.


Kenmerken van een autisme-spectrumstoornis

De meest voorkomende kenmerken zijn:

- Beperkingen in de interactie

Deze beperkingen kunnen zeer uiteenlopend zijn. Bij de meest uitgesproken vorm van autisme kan sprake zijn van het volledig afsluiten voor contact met anderen. Dan wordt contact vaak alleen gezocht om eigen behoeften kenbaar te maken. Bij andere vormen van ASS kan er sprake zijn van spontaan contact maken, maar valt vaak snel iets bijzonders aan het contact op. Zo ontbreekt vaak de wederkerigheid. Soms is het contact voor de buitenwereld vrij normaal maar merkt de directe omgeving (ouders, broers, zussen, partner, kinderen) dat de mogelijkheden tot echt contract heel moeilijk zijn.

- Een verstoorde communicatie

Praten gaat sommigen heel goed af, maar vaak vallen al snel bijzonderheden in het gebruik
of (gebrek aan) begrip van taal op. Meestal vinden mensen met ASS het moeilijk – vooral met vreemden – om een gesprek te beginnen en te onderhouden. Soms is er sprake van eigenaardig taal- of woordgebruik. De mogelijkheden om een gesprek te beginnen, te onderhouden of te begrijpen, schiet wegens onvoldoende begrip van humor en abstract taalgebruik tekort.

- Zich herhalende stereotiepe patronen van gedrag, belangstelling en activiteiten
Dit kan zich uiten in geobsedeerd bezig zijn met bepaalde voorwerpen of onderwerpen,
vrijetijdsbesteding of hobby’s, niet-functionele gewoonten en stereotype bewegingen (zoals
wiegen). Mensen met ASS klampen zich vaak (angstvallig) vast aan bepaalde gewoonten, volgorde in handelingen, vaste routines en aan starre patronen. Zij hebben een angstig en geobsedeerd verlangen naar gelijkblijvendheid en kunnen in paniek raken als er een detail in de omgeving verandert. Daarnaast is er vaak sprake van zeer rigide denkpatronen die bescherming bieden tegen teveel prikkels. Deze helpen om de verwarrende en beangstigende buitenwereld controleerbaar te maken.

Informatieverwerkings- en integratieproblemen
Naast de bovengenoemde problemen die de kern vormen van een autisme-spectrumstoornis, zien we bij veel mensen met autisme in wisselende mate problemen met de verwerking van informatie. We denken dan aan een overgevoeligheid voor bepaalde prikkels, trage informatieverwerking, moeite met het verwerken van non-verbale informatie (zoals lichaamstaal), moeite met schakelen van de ene situatie naar de andere etc. Organiseren en plannen zijn vaak een probleem net als het overzien van het grote geheel en oorzakelijke verbanden.

Comments are closed.